ECLI:NL:PHR:2010:BM0154
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid gemachtigde raadsman inzake dagvaardingstermijn en geldigheid mandaatbesluit parketsecretarissen
In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch verdachte veroordeeld voor diefstal, waarna cassatie werd ingesteld bij de Hoge Raad. Een belangrijk geschilpunt betrof de vraag of een gemachtigde raadsman namens verdachte kon instemmen met een verkorting van de dagvaardingstermijn, terwijl verdachte zelf niet aanwezig was bij de terechtzitting.
De Hoge Raad stelt vast dat het uitgangspunt is dat het onderzoek wordt geschorst indien de dagvaardingstermijn niet in acht is genomen en verdachte geen toestemming tot verkorting heeft gegeven. Een gemachtigde raadsman kan niet zonder expliciete toestemming van verdachte afstand doen van deze termijn. De aanwezigheid van een raadsman betekent niet automatisch dat het onderzoek kan worden voortgezet zonder schorsing, tenzij de raadsman uitstel verzoekt in het belang van de verdediging.
Daarnaast is de geldigheid van het Mandaatbesluit parketsecretarissen aan de orde gekomen. De verdediging stelde dat het besluit te ruim was geformuleerd en daarmee in strijd met de wet. De Hoge Raad oordeelt dat het Mandaatbesluit voldoende concreet is en dat bevoegdheden binnen het besluit zijn gekoppeld aan salarisschalen, waardoor de kwaliteit en geschiktheid van de parketsecretarissen gewaarborgd is.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting. Hiermee wordt bevestigd dat de procedurele waarborgen rondom dagvaardingstermijnen en mandaatbesluiten strikt moeten worden nageleefd om de rechten van de verdachte te waarborgen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting met inachtneming van de juiste procedurele regels.