ECLI:NL:PHR:2010:BM0783

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00967
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 SvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen verduistering bevestigd ondanks overschrijding redelijke termijn

Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een taakstraf van zestig uren werkstraf, subsidiair dertig dagen hechtenis, wegens medeplegen van verduistering. Namens verdachte werd cassatieberoep ingesteld met één middel, gericht tegen deze veroordeling.

De Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsmiddelen, met name het feit dat de televisie in de woning van verdachte is geplaatst, kan worden afgeleid dat verdachte en een medeverdachte bewust en nauw hebben samengewerkt met het oog op de wederrechtelijke toe-eigening van de televisie. Daarmee is sprake van medeplegen van verduistering.

Het cassatiemiddel faalt en wordt verworpen met de motivering zoals bedoeld in artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Hoewel het cassatieberoep meer dan twee jaar na instellen wordt behandeld, waardoor de redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro is overschreden, wordt dit slechts geconstateerd zonder dat dit leidt tot vernietiging van het vonnis. De opgelegde taakstraf van minder dan honderd uren speelt hierbij een rol.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding om ambtshalve het bestreden vonnis te vernietigen en wijst het cassatieberoep af.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van verduistering en wijst het cassatieberoep af.

Conclusie

Nr. 08/00967
Mr. Vellinga
Zitting: 6 april 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van zestig uren subsidiair dertig dagen hechtenis.
2. Namens verdachte heeft mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Anders dan het middel wil kan uit de gebezigde bewijsmiddelen, in het bijzonder voor zover inhoudende dat de televisie in de woning van de verdachte is gezet, worden afgeleid dat verdachte en [betrokkene 1] zo bewust en nauw heben samengewerkt met het oog op het wederrechtelijk toeëigenen van de televisie door verdachte en [betrokkene 1], dat van medeplegen van de bewezenverklaarde verduistering kan worden gesproken.
4. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO Pro bedoelde motivering.
5. Ambtshalve vraag ik aandacht voor het volgende. Het cassatieberoep is ingesteld op 28 februari 2008. De Hoge Raad zal in deze zaak uitspraak doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Het voorgaande brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Nu aan de verdachte evenwel een taakstraf van minder dan honderd uren is opgelegd, kan met de enkele constatering dat de redelijke termijn is overschreden, worden volstaan.(1)
6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
7. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 HR 17 juni 2008, LJN BD2578, NJ 2008, 358, rov. 3.6.2. onder C.