ECLI:NL:PHR:2010:BM0793

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01562
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering van straf na cassatie wegens termijnoverschrijding bij bedreiging en mishandeling

Het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, heeft verdachte veroordeeld wegens meerdere bedreigingen en mishandelingen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.

Verdachte heeft vier middelen van cassatie ingediend. De Hoge Raad wijst elk middel af: de betekening van de dagvaarding was correct, het geseponeerde feit is niet relevant, mishandeling is geen klachtdelict en het hof mocht een hogere straf opleggen dan in eerste aanleg en geëist.

De Hoge Raad constateert echter dat de zaak niet binnen de wettelijke termijn van twee jaar is afgedaan, wat leidt tot strafvermindering. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en vermindert deze, terwijl het beroep verder wordt verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend vanwege termijnoverschrijding en vermindert de straf, het beroep wordt verder verworpen.

Conclusie

Nr. 08/01562
Mr Jörg
Zitting 6 april 2010
Conclusie inzake:
[Verzoeker = verdachte]
1. Het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 27 maart 2008 verzoeker wegens ettelijke bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht (feiten 1 en 2) en mishandelingen (feiten 3 en 4) veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.
2. Namens verzoeker heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur vier middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het eerste middel, dat erover klaagt dat het hof ten onrechte niet heeft onderzocht of de oproeping (bedoeld zal zijn: dagvaarding) in hoger beroep op de juiste wijze aan verzoeker is betekend, kan kort worden afgedaan: het faalt op de in r.o. 5 in HR 13 januari 1981, LJN AD6555, NJ 1981, 250 aangegeven grond. De betekening vond plaats op 24 januari 2008 in persoon.
4. Het tweede middel, dat erover klaagt dat het hof ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat feit 4 (mishandeling) van de inleidende dagvaarding was geseponeerd, kan eveneens kort worden afgedaan. Het geseponeerde feit (parketnummer 07-607330-05) betreft openlijke geweldpleging, gepleegd op een andere datum dan die van feit 4 (parketnummer 07-600958-05). Ik snap niet hoe men hiermee in cassatie durft aan te komen. Het verweer is overigens tardief.
5. Het derde middel, dat klaagt over de bewezenverklaring van de onder feit 3 tenlastegelegde mishandeling, gaat uit van de onjuiste rechtsopvatting dat mishandeling een klachtdelict zou zijn; en dat de constatering van een verkleuring rond een oogkas (tweede deel van bewijsmiddel 7) nadat daarop tweemaal met de vuist is geslagen (eerste deel van bewijsmiddel 7) geen bewijs van letsel in de zin der wet oplevert.
6. Het vierde middel, dat erover klaagt dat het hof een hogere straf heeft opgelegd dan was gevorderd en dan in eerste aanleg opgelegd, kan ook kort worden afgedaan. Immers, geen van beide omstandigheden verbieden de appèlrechter om ten opzichte van het vonnis in eerste aanleg en ten opzichte van de eis in appèl tot een hogere straf te komen; daaromtrent bestaat bovendien in verstekzaken in het algemeen evenmin een motiveringsplicht.
7. Alle middelen zijn tot mislukken gedoemd en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO Pro ontleende overweging.
8. Ambtshalve wijs ik erop dat de zaak in cassatie niet binnen de daarvoor gestelde termijn van twee jaar wordt afgedaan. Deze termijnoverschrijding dient tot strafvermindering te leiden. Andere gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing ambtshalve zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G