ECLI:NL:PHR:2010:BM2333
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtsverwerking bij terugkooprecht onroerend goed na langdurig stilzitten
De zaak betreft een geschil over de rechtsverwerking van een terugkooprecht dat was opgenomen in de transportakte bij de verkoop van een onroerende zaak. De verkoper, overleden in 2000, had een recht van terugkoop bedongen voor vijf jaar. Dit recht werd tijdig ingeroepen, maar de koopovereenkomst werd niet definitief ondertekend en de levering vond niet plaats.
Na langdurige onderhandelingen en correspondentie tussen de erfgenamen van de verkoper en de koper, waarin onenigheid bleef bestaan over voorwaarden en aflossing van een schuld, werd pas na meer dan vier jaar weer een beroep gedaan op nakoming van het terugkooprecht. De verkoper stelde zich op het standpunt dat de koper rechtsverwerking had gepleegd door het stilzitten en dat nakoming onredelijk was.
De rechtbank wees de vordering af op grond van redelijkheid en billijkheid, en het gerechtshof bevestigde dit oordeel. Het hof vond dat niet alleen tijdsverloop, maar ook bijzondere omstandigheden zoals waardestijging van het onroerend goed en het niet nakomen van schuldaflossing, meespelen. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat de koper zich onverenigbaar had gedragen met het latere geldend maken van het terugkooprecht, waardoor rechtsverwerking was ingetreden.
Uitkomst: Het beroep op nakoming van het terugkooprecht wordt afgewezen wegens rechtsverwerking door de koper.