ECLI:NL:PHR:2010:BM2409
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Berekening van schadevergoeding bij bankgarantie en toepasselijkheid wettelijke rente versus fictief rendement
Eiser heeft onroerende zaken verkocht aan Emmaplein en moest een bankgarantie van NLG 400.000,- stellen. Door deze garantie kon eiser niet over dit bedrag beschikken, waardoor hij schade vorderde wegens gemist rendement. De rechtbank kende schade toe op basis van de wettelijke rente volgens artikel 6:119 BW Pro, maar het hof wijzigde dit en gebruikte het fictieve rendement van 4% zoals gehanteerd bij de rendementsheffing in de inkomstenbelasting.
Eiser kwam tegen dit oordeel in cassatie, stellende dat het rendement op het vastgelegde bedrag hoger zou zijn dan de wettelijke rente en dat het hof ten onrechte afweek van de wettelijke rente. De Hoge Raad oordeelde dat het hof een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de schadebegroting en dat het gebruik van het fictieve rendement niet onbegrijpelijk is, mede omdat de wettelijke rente niet bedoeld is om gemist rendement te vergoeden maar kosten voor vervangende geldmiddelen.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht heeft geoordeeld dat er onvoldoende concrete gegevens waren om een ander rendement vast te stellen en dat de keuze van het hof voor het 4%-percentage geen ontoelaatbare verrassingsbeslissing vormde, omdat partijen niet in redelijkheid hadden kunnen verwachten dat een andere maatstaf zou worden gehanteerd.
De Hoge Raad verwierp daarmee het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof dat de schadevergoeding berekend mag worden op basis van het fictieve rendement van 4% per jaar.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd dat de schadevergoeding berekend mag worden op basis van het fictieve rendement van 4%.