ECLI:NL:PHR:2010:BM2410
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing partneralimentatie wegens onvoldoende onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Partijen zijn in 1982 gehuwd en in 2007 door de rechtbank gescheiden. De rechtbank bepaalde partneralimentatie ten laste van de man. Het hof vernietigde deze beschikking en wees het verzoek van de vrouw om bijdrage in levensonderhoud af, omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij wegens gezondheidsklachten niet kon werken.
De vrouw kwam in cassatie met vijf middelen, die zich vooral richtten tegen het oordeel van het hof dat zij haar stelplicht niet had vervuld en niet tot bewijslevering was toegelaten. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de vrouw onvoldoende nadere inlichtingen over haar medische situatie had verstrekt en dat het hof vrij was de stellingen en stukken zelfstandig te waarderen.
Ook het oordeel dat de vrouw niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet in staat was in haar eigen levensonderhoud te voorzien, werd door de Hoge Raad bevestigd. De vrouw had zich niet op andere gronden beroepen om haar behoefte aan alimentatie te onderbouwen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de afwijzing van de partneralimentatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen omdat zij onvoldoende heeft aangetoond dat zij niet kan werken en behoeftig is voor partneralimentatie.