ECLI:NL:PHR:2010:BM2440
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring wegens onvoldoende steunbewijs bij ontuchtzaak bewindvoerder
In deze zaak is verdachte, werkzaam als bewindvoerder en schuldhulpverlener, door het hof veroordeeld wegens ontucht met een cliënte. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring voornamelijk op de verklaring van de benadeelde partij, een getuige, zonder dat deze verklaring voldoende werd ondersteund door ander bewijsmateriaal.
Verdachte verzocht om aanhouding van de zaak om het volledige WSNP-dossier van de benadeelde partij te kunnen inzien, wat door het hof werd afgewezen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het verzoek slechts diende om de herinnering van verdachte op te frissen en niet om mogelijke valsheid van de getuige te onderzoeken.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie over art. 342 lid 2 Sv Pro, dat vereist dat een bewezenverklaring niet uitsluitend mag steunen op de verklaring van één getuige zonder voldoende steun in ander bewijs. In deze zaak ontbreekt die steun, waardoor de bewezenverklaring onvoldoende is gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor wat betreft het tenlastegelegde feit en de opgelegde straf en schadevergoeding, en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende steunbewijs en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.