ECLI:NL:PHR:2010:BM2448
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepkwekerij
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage vastgesteld dat verdachte uit het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet een wederrechtelijk voordeel van €36.800 heeft verkregen. Dit bedrag is door het hof aan de verdachte ontnomen en moet aan de Staat worden betaald.
Verdachte stelde twee middelen van cassatie voor. Het eerste middel betrof de stelling dat het hof de ontnemingsvordering niet mocht baseren op de veroordeling in de strafzaak omdat deze berustte op onrechtmatig verkregen bewijs en dat het hof ten onrechte aannam dat verdachte de hennepkwekerij uitsluitend exploiteerde. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat de rechter bij ontneming gebonden is aan het oordeel van de strafrechter, ook omtrent medeplegen.
Het tweede middel betrof de berekening van het voordeel, waarbij het hof kosten voor reizen naar Thailand als beloning aan een medewerker had meegerekend. Dit middel faalde eveneens omdat het hof uitging van de werkelijke 'zwarte' kosten en niet van hypothetische 'witte' kosten.
De Hoge Raad zag geen reden om ambtshalve te vernietigen en verwierp het cassatieberoep. Hiermee blijft de ontnemingsmaatregel van €36.800 in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsmaatregel van €36.800.