ECLI:NL:PHR:2010:BM2502
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen schriftuur houdende middelen
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 1 april 2008. De aanzegging van het cassatieberoep werd op 6 november 2008 betekend, waarna de termijn van twee maanden voor het indienen van schriftuur houdende middelen op 5 januari 2009 afliep.
Binnen deze termijn zijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend door de raadsman van de verdachte. Hierdoor kan de Hoge Raad de verdachte niet ontvankelijk verklaren in het cassatieberoep op grond van artikel 437, tweede lid, Sv.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt ertoe dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk zal verklaren. Er is sprake van samenhang met andere zaken, maar in alle gevallen geldt dezelfde niet-ontvankelijkheid wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.