ECLI:NL:PHR:2010:BM2502

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04504 P
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen schriftuur houdende middelen

De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 1 april 2008. De aanzegging van het cassatieberoep werd op 6 november 2008 betekend, waarna de termijn van twee maanden voor het indienen van schriftuur houdende middelen op 5 januari 2009 afliep.

Binnen deze termijn zijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend door de raadsman van de verdachte. Hierdoor kan de Hoge Raad de verdachte niet ontvankelijk verklaren in het cassatieberoep op grond van artikel 437, tweede lid, Sv.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekt ertoe dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk zal verklaren. Er is sprake van samenhang met andere zaken, maar in alle gevallen geldt dezelfde niet-ontvankelijkheid wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.

Conclusie

Nr. 08/04504 P
Mr. Knigge
Zitting: 13 april 2010
Conclusie inzake:
[Betrokkene]
1. De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam d.d. 1 april 2008 met parketnummer 23-001276-05.
2. Tegen deze uitspraak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld.
3. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 08/01814, 08/01815P, 08/01818, 08/04503, 08/04506P en 08/04504P. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
4. De aanzegging als bedoeld in artikel 435 Sv Pro is op 6 november 2008 betekend. De in het tweede lid van artikel 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden liep af op 05 januari 2009. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
5. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG