ECLI:NL:PHR:2010:BM3636
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens valsheid in geschrift en opzettelijk nalaten verstrekking gegevens bij bijstandsuitkering
De verdachte werd door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens meermalen gepleegde valsheid in geschrift en het opzettelijk nalaten van tijdige gegevensverstrekking aan de sociale dienst, met als doel zichzelf te bevoordelen bij het verkrijgen van een bijstandsuitkering. Het hof stelde vast dat de verdachte in de periode 1997-2003 onjuiste verklaringen had afgelegd en belangrijke informatie over zijn vermogen en inkomsten had achtergehouden.
Namens de verdachte werd cassatie ingesteld met twee middelen. Het eerste middel betrof de klacht dat het hof een niet redengevend onderdeel van de verklaring van de verdachte tot bewijs had gemaakt, waardoor de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd. De Hoge Raad oordeelde dat dit onderdeel inderdaad niet redengevend was, maar dat de overige bewijsvoering toereikend en consistent was, zodat het middel faalde.
Het tweede middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad erkende dat de termijn was overschreden en achtte dit reden voor strafvermindering. De conclusie van de procureur-generaal strekte tot vernietiging van het vonnis voor zover het de straf betrof, met vermindering van de straf, en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: Veroordeling bevestigd met strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.