ECLI:NL:PHR:2010:BM3640
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplichtigheid aan hennepteelt ondanks betwisting bewijs en verklaringen verdachte
De Hoge Raad heeft op 22 juni 2010 het cassatieberoep van verdachte verworpen die was veroordeeld voor medeplichtigheid aan het opzettelijk telen van hennep in Rotterdam. Verdachte had verklaard slechts twee keer enkele uren te hebben geholpen met het knippen van hennepplanten en dat hij de schuld op zich zou nemen als dekmantel. Het hof had verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur.
Het cassatiemiddel klaagde over de motivering van de bewezenverklaring, met name dat niet kon worden vastgesteld dat verdachte de 1384 hennepplanten had geknipt, dat zijn knipactiviteiten buiten de bewezenverklaarde periode zouden liggen, en dat het hof ten onrechte omstandigheden als het tekenen van een huurovereenkomst als medeplichtigheid had meegewogen. Ook werd aangevoerd dat verklaringen van verdachte onder druk afgelegd niet als bewijs mochten gelden.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat verdachte betrokken was bij het knippen van de henneptoppen die deel uitmaakten van de aangetroffen 7319 gram hennep. De verklaringen van verdachte lieten ruimte voor betrokkenheid binnen de bewezenverklaarde periode. De aanvullende omstandigheden kleurden de medeplichtigheid en waren niet doorslaggevend voor de bewezenverklaring. Het hof mocht de verklaring van verdachte in hoger beroep, waarin hij onder druk had verklaard, als niet geloofwaardig beschouwen. Het cassatiemiddel faalde in alle onderdelen en het arrest bleef in stand.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling verdachte voor medeplichtigheid aan hennepteelt met taakstraf van 40 uur.