ECLI:NL:PHR:2010:BM3918
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nihilstelling partner- en kinderalimentatie bij drastische inkomensterugval
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over partner- en kinderalimentatie na een echtscheiding in 1993. De man, alimentatieplichtige, ervoer vanaf 2004 een aanzienlijke terugval in inkomen door bedrijfseconomische omstandigheden in zijn medische praktijk in Duitsland, gevolgd door verkoop van de praktijk met verlies en verhuizing naar Engeland.
De man verzocht de rechtbank om de alimentatie met terugwerkende kracht tot nihil vast te stellen. De rechtbank wees dit verzoek af, maar het hof vernietigde deze beslissing en stelde de alimentatie vanaf 2004 op nihil vanwege het ontbreken van draagkracht. Het hof hield rekening met de schuldenlast van de man, waaronder twee Duitse beleggingswoningen die niet vrij te verkopen waren.
De vrouw stelde in cassatie dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met de verdiencapaciteit van de man als dermatoloog en dat bepaalde lasten niet meegenomen hadden mogen worden. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het hof terecht alle schulden in de draagkrachtberekening had betrokken. Ook oordeelde de Hoge Raad dat het hof voldoende motivering had gegeven en dat de man niet verplicht was zijn inkomsten door een accountant te laten verifiëren.
De Hoge Raad concludeerde dat de nihilstelling van de alimentatie gerechtvaardigd is gezien de negatieve draagkracht van de man, ondanks zijn bruto inkomen. De cassatie werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de nihilstelling van de partner- en kinderalimentatie wegens negatieve draagkracht.