ECLI:NL:PHR:2010:BM3952
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verzekeraar kan regres vorderen van mede-hoofdelijke schuldenaar op grond van subrogatie
In deze zaak ging het om de vraag of een aansprakelijkheidsverzekeraar, die namens zijn verzekerde schade aan derden heeft vergoed, verhaal kan zoeken op een mede-hoofdelijke schuldenaar van die verzekerde. De feiten betroffen een brand op een bouwplaats, veroorzaakt door een minderjarige, waarbij de schade door CAR-verzekeraars werd vergoed. De verzekeraar (RVS) stelde dat de onderaannemer [A] mede aansprakelijk was en dat zij via subrogatie de regresvorderingen van haar verzekerde kon uitoefenen.
De rechtbank en het hof wezen de vordering af, omdat zij meenden dat de verhaalsrechten tussen mede-hoofdelijke schuldenaren niet onder de subrogatie van artikel 7:962 lid 1 BW Pro vielen. De Hoge Raad stelde echter vast dat de subrogatie ook ziet op de regresvorderingen die een verzekerde op grond van artikel 6:10 en Pro 6:12 BW tegen mede-hoofdelijke schuldenaren kan uitoefenen.
De Hoge Raad benadrukte dat de verzekerde door de betaling van de verzekeraar zijn vermogen aanspreekt voor een groter deel dan hem toekomt, waardoor hij schade lijdt en dus subrogatie gerechtvaardigd is. Hierdoor kan de verzekeraar verhaal zoeken op mede-hoofdelijke schuldenaren, zodat deze niet aan hun bijdrageplicht kunnen ontsnappen. Het arrest vernietigt het oordeel van het hof en bevestigt de ruime uitleg van het subrogatierecht in aansprakelijkheidsverzekeringen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat een aansprakelijkheidsverzekeraar subrogatie kan uitoefenen in regresvorderingen tegen mede-hoofdelijke schuldenaren.