ECLI:NL:PHR:2010:BM3980
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over asbest als gebrek in huurovereenkomst en aansprakelijkheid verhuurder
In deze zaak stond centraal of de aanwezigheid van asbest in het plafond van een gehuurd pand een gebrek vormt in de zin van art. 7:204 lid 2 BW Pro en of de verhuurder aansprakelijk is voor de gevolgen daarvan. De huurder, KPN, had het pand gehuurd van [verweerster], die het pand eerder had gekocht met een clausule dat zij bekend was met de aanwezigheid van asbest.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de aanwezigheid van hechtgebonden asbest geen gebrek vormde, maar dat het vrijkomen van asbestvezels door een inbraak wel een gebrek was. KPN vorderde vergoeding van herstelkosten, huurvermindering en schadevergoeding. Het hof kende alleen de herstelkosten toe en wees de overige vorderingen af mede vanwege exoneratiebedingen in de huurovereenkomst.
De Hoge Raad bevestigt dat het begrip gebrek in art. 7:204 BW Pro geobjectiveerd moet worden uitgelegd en dat latente risico's zoals asbest alleen een gebrek opleveren als zij een onaanvaardbaar risico vormen dat het genot van het gehuurde aantast. De aanwezigheid van asbest op zich is geen gebrek, maar het vrijkomen van asbestvezels wel. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het risico van het aanwezige asbest niet als gebrek moet worden aangemerkt en vernietigt het arrest voor dat onderdeel. De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen vanwege de exoneratieclausule, die niet onrechtmatig is geacht. De vordering tot huurvermindering wordt toegewezen en het arrest wordt voor dat onderdeel verwezen naar het hof voor nadere beoordeling.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad de onderzoeksplicht van de huurder en stelt dat een professionele huurder niet zonder meer verplicht is om zelf uitgebreid onderzoek te doen naar risico's zoals asbest. Ook oordeelt de Hoge Raad dat de verhuurder aansprakelijk is voor herstelkosten van het gebrek, ook als dit door overmacht (inbraak) is veroorzaakt. De klacht over eigen schuld van KPN wegens onvoldoende inbraakbeveiliging wordt verworpen.
Samenvattend bevestigt de Hoge Raad het belang van een zorgvuldige beoordeling van latente risico's en de uitleg van exoneratiebedingen in huurovereenkomsten, en benadrukt dat het begrip gebrek mede wordt bepaald door het genot dat de huurder redelijkerwijs mag verwachten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor de kwalificatie van asbest als geen gebrek en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van huurvermindering; herstelkosten worden toegewezen, schadevergoeding afgewezen wegens exoneratie.