ECLI:NL:PHR:2010:BM4106
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg begrip overbrenging afvalstoffen en feitelijke leiding bij milieuovertreding
De zaak betreft een milieuovertreding waarbij verdachte samen met andere personen afvalstoffen heeft overgebracht van België naar Maleisië via Nederland zonder de vereiste kennisgeving en toestemming van bevoegde autoriteiten, in strijd met Verordening (EEG) nr. 259/93.
Het hof oordeelde dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan deze verboden gedraging en veroordeelde hem tot een geldboete van €32.500, subsidiair 192 dagen hechtenis. Verweer van verdachte dat hij niets met de activiteiten te maken had en dat zijn vader feitelijk leiding zou hebben gegeven, werd door het hof verworpen op basis van bewijsmiddelen die zijn actieve betrokkenheid bij de bedrijfsvoering en levering van de containers aantonen.
In cassatie werd onder meer aangevoerd dat de bewezenverklaring onvoldoende was omdat de feitelijke verscheping pas later plaatsvond dan de pleegdatum, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aanvang van de overbrenging op 5 april 2004 voldoende bewijs is voor feitelijke leiding. Ook werd het verweer van persoonsverwisseling afgewezen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest alleen voor wat betreft de strafmaat wegens overschrijding van de redelijke termijn en bepaalde dat de straf verminderd moet worden, terwijl het beroep in cassatie voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: Veroordeling voor feitelijke leiding bij illegale afvaloverbrenging met strafvermindering wegens termijnoverschrijding.