ECLI:NL:PHR:2010:BM4320
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onduidelijke strafoplegging bij winkeldiefstal en valse identiteit
Verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen en het opgeven van valse persoonsgegevens aan een opsporingsambtenaar. De feiten betreffen een winkeldiefstal op 9 december 2006 in de Bijenkorf te Arnhem, waarbij verdachte en een medeverdachte kleding stalen door prijskaartjes te verwijderen en de kleding in tassen te verstoppen.
De verdediging voerde onder meer aan dat de wegneming van de kleding niet bewezen kon worden, omdat de goederen niet de winkel hadden verlaten. Het hof oordeelde echter dat de wegneming reeds was voltooid binnen de winkel, gelet op het verwijderen van prijskaartjes en het verstoppen van kleding in tassen.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep deels niet-ontvankelijk is omdat het gericht is tegen een overtreding met een strafoplegging onder de cassatiegrens. Daarnaast is de strafoplegging onbegrijpelijk omdat het hof ten onrechte eerdere veroordelingen heeft betrokken die niet onherroepelijk zijn. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het overige cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.