ECLI:NL:PHR:2010:BM4991
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beslissing op verweer omtrent geldigheid dagvaarding en overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze zaak heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarbij verdachte is veroordeeld. Namens verdachte werden twee middelen van cassatie voorgesteld, waaronder een verweer gericht op de nietigheid van de inleidende dagvaarding.
De Hoge Raad constateert dat het hof op het verweer omtrent de geldigheid van de dagvaarding geen gemotiveerde beslissing heeft gegeven, wat in strijd is met de wettelijke vereisten. Dit verzuim leidt echter niet tot cassatie, omdat het aangevoerde verweer niet tot nietigheid van de dagvaarding kan leiden.
Daarnaast is vastgesteld dat de inzendtermijn voor cassatie met tien dagen is overschreden, wat een schending van de redelijke termijn inhoudt. Desondanks leidt deze overschrijding niet tot vernietiging van het arrest, mede gelet op de zwaarte van de opgelegde straf en de omstandigheden van het geval.
De Hoge Raad besluit het cassatieberoep voor het overige te verwerpen en constateert slechts de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Uitkomst: Cassatieberoep wordt verworpen ondanks formeel verzuim en constatering overschrijding redelijke termijn.