ECLI:NL:PHR:2010:BM5078

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03479 P
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 511g SvArt. 359 SvArt. 415 SvArt. 36e Sr
Verwijzingen
13 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens ontbreken inhoud bewijsmiddelen bij profijtontneming

Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch had bij arrest van 25 juli 2008 de verplichting opgelegd aan verzoeker om een bedrag van € 80.000 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Verzoeker stelde cassatie in met het middel dat het hof het gebrekkige vonnis van de rechtbank te Breda bevestigde zonder de inhoud van de bewijsmiddelen te vermelden waarop de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel was gebaseerd.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad stelt dat ingevolge artikel 511g, tweede lid, Sv in verbinding met artikel 415 Sv Pro en artikel 359, derde lid, Sv de uitspraak op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op straffe van nietigheid de inhoud moet bevatten van de bewijsmiddelen waarop de schatting is gebaseerd. De door het hof bevestigde beslissing voldoet hier niet aan, omdat weliswaar verwezen is naar het proces-verbaal van de politie, maar de relevante inhoud daarvan niet is opgenomen.

Hoewel het hof een 'Aanvulling bewijsmiddelen' heeft opgemaakt, bevat deze geen bewijsmiddelen waaraan de schatting kan worden ontleend, maar slechts een opgave van bewijsmiddelen met hun vindplaats. Het middel slaagt derhalve en de conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing naar het hof voor hernieuwde berechting.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens ontbreken van inhoudelijke motivering van bewijsmiddelen.

Conclusie

Nr. 08/03479 P
Mr Jörg
Zitting 18 mei 2010
Conclusie inzake:
[Betrokkene=verzoeker]
1. Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft - door bevestiging van een vonnis van de rechtbank te Breda - bij arrest van 25 juli 2008 verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van € 80.000,= aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2. Namens verzoeker heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel bevat de klacht dat het hof door het qua bewijsvoering gebrekkige vonnis van de rechtbank te bevestigen heeft nagelaten de inhoud van de wettige bewijsmiddelen te vermelden waarop het hof de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in art. 36e Sr heeft gebaseerd.
4. De door het hof bevestigde uitspraak houdt onder het hoofd "de beoordeling" onder meer het volgende in:
"Dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan blijkt uit de volgende bewijsmiddelen, evenals de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Het proces-verbaal nr. PL2030/06-004107 van de politie regio Midden en West Brabant, met alle daarin opgenomen processen-verbaal, alle bijlagen en alle overige daarin opgenomen en daarbij behorende stukken.
De rechtbank ontleent aan de inhoud van voormelde bewijsmiddelen het oordeel, dat de veroordeelde door middel van het begaan van voormelde feiten een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft gehad."
(Volgen conclusies die de rechtbank uit de bewijsmiddelen heeft getrokken, NJ.)
5. Ingevolge art. 511g, tweede lid, Sv in verbinding met art. 415 Sv Pro en art. 359, derde lid, Sv dient de uitspraak op een vordering als bedoeld in art. 36e Sr op straffe van nietigheid de inhoud te bevatten van de bewijsmiddelen waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend.(1)
6. De door het hof bevestigde beslissing van de rechtbank voldoet niet aan het hiervoor onder 5 genoemde vereiste. In deze beslissing is weliswaar verwezen naar het proces-verbaal van politie, nr. PL2030/06-004107, met alle daarin opgenomen processen-verbaal, alle bijlagen en alle overige daarin opgenomen en daarbij behorende stukken, maar verzuimd is de relevant bevonden inhoud van voornoemd proces-verbaal op te nemen.(2) Weliswaar heeft het hof een "Aanvulling bewijsmiddelen" opgemaakt, maar deze Aanvulling bevat geen bewijsmiddelen waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden ontleend. Het bevat een opgave van de bewijsmiddelen met vermelding van hun vindplaats, waarmee het hof de in appèl gevoerde verweren heeft verworpen; meer niet.
7. Het middel slaagt.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G, wnd
1 Vgl. HR 12 januari 2010, LJN BK2125, NS 2010, 55, HR 9 juni 2009, LJN BI0517, HR 18 november 2008, LJN BF1232, NS 2009,9, HR 14 februari 2006, LJN AU8125, NJ 2006, 165 en HR 5 juli 2005, LJN AT5797.
2 Vgl. HR 9 juni 2009, LJN BI0517 en HR 2 oktober 2007, LJN BA7929.