ECLI:NL:PHR:2010:BM5248
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwalificatie Duitse identiteitskaarten als reisdocumenten in valsheid in reisdocumenten zaak
In deze zaak stond de vraag centraal of Duitse identiteitskaarten kunnen worden beschouwd als reisdocumenten in de zin van artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Verdachte werd door het Hof veroordeeld wegens het medeplegen van het bezit van valse reisdocumenten en medeplegen van valsheid in geschrift. De documenten betroffen Duitse identiteitskaarten die vals waren doordat onder andere controlegetallen niet klopten en machine-leesbare stroken onjuist waren.
De verdediging voerde aan dat deze documenten geen reisdocumenten waren, maar het Hof oordeelde dat zij wel als zodanig moesten worden aangemerkt, mede gelet op de functie van deze documenten om reizen binnen Europa te vergemakkelijken en de wetsgeschiedenis van artikel 231 Sr Pro. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees erop dat ook fantasiedocumenten die moeilijk van echte reisdocumenten te onderscheiden zijn, als vals reisdocument kunnen gelden.
Daarnaast werd geklaagd over de aanwezigheid van valse manurenstaten op bouwplaatsen, waarbij het Hof had vastgesteld dat namen waren ingevuld die niet overeenkwamen met aanwezige werknemers. De Hoge Raad verwierp het middel dat stelde dat dit onbegrijpelijk was.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden en vernietigde het arrest voor wat betreft de strafoplegging, met de mogelijkheid tot strafvermindering. Voor het overige werd het beroep verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging wegens overschrijding van de redelijke termijn; het overige beroep wordt verworpen.