ECLI:NL:PHR:2010:BM5709
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens schending informatieverplichting
In deze zaak heeft de rechtbank 's-Gravenhage op 6 december 2006 de schuldsaneringsregeling definitief toegepast op verzoekster. Op voordracht van de rechter-commissaris heeft de rechtbank de regeling bij vonnis van 26 november 2009 beëindigd, met de constatering dat verzoekster in staat van faillissement verkeert zodra het vonnis in kracht van gewijsde treedt. Verzoekster stelde hiertegen hoger beroep in, maar het hof bekrachtigde het vonnis op 12 januari 2010. Verzoekster stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De beëindiging van de schuldsanering was gebaseerd op het feit dat verzoekster haar informatieverplichting niet naar behoren was nagekomen. Ondanks herhaalde verzoeken van de bewindvoerder heeft zij nagelaten de gevraagde stukken te verstrekken en heeft zij ook geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om ontbrekende informatie alsnog te overleggen. Hierdoor kon de bewindvoerder de stand van de boedel niet correct berekenen, wat de uitvoering van de regeling frustreren.
De Hoge Raad verwierp alle cassatiemiddelen van verzoekster, waaronder klachten over het ontbreken van een volledig dossier bij de bewindvoerder, de verschijning van een onbevoegde waarnemend bewindvoerder en de vermeende prematuriteit van het vonnis. De Hoge Raad oordeelde dat deze bezwaren niet tot cassatie konden leiden en dat de beëindiging van de schuldsaneringsregeling terecht was. De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving van de informatieverplichting door verzoekster.