ECLI:NL:PHR:2010:BM5715
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitvoerbaarverklaring bij voorraad van arrest inzake vernietiging ruil- en koopovereenkomsten kunstwerken
Deze zaak betreft een incident in een civiele procedure over de eigendom en verkoop van kunstwerken tussen erfgenamen en een restauratrice en kunsthandelaar. De erfgenamen vorderen de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van een arrest van het hof dat onder meer vernietiging van ruil- en koopovereenkomsten tussen hun overleden vader en de restauratrice behelst, en veroordelingen tot afgifte van kunstwerken en betaling van bedragen.
De restauratrice betwist de uitvoerbaarverklaring bij voorraad, stellende dat deze alleen kan worden gevorderd indien reeds in appel daartoe is verzocht, en dat de eisers onvoldoende belang hebben aangetoond. Zij wijst ook op het restitutierisico en de financiële situatie van de erfgenamen.
De Hoge Raad overweegt dat op grond van artikel 418a Rv in verbinding met artikel 234 Rv Pro uitvoerbaarverklaring bij voorraad ook in cassatie incidenteel kan worden gevorderd, ook als dit in appel niet is gedaan. Bij de belangenafweging moet het belang van de eisers zwaarder wegen dan dat van de restauratrice. De Hoge Raad acht het belang van de eisers voldoende onderbouwd en het verweer onvoldoende gemotiveerd, zodat de incidentele vordering wordt toegewezen.
De uitspraak bevestigt de mogelijkheid om in cassatie een incidentele vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad in te stellen en benadrukt de belangenafweging tussen partijen, waarbij het belang van de veroordelde partij bij behoud van de status quo moet worden afgewogen tegen het belang van de veroordelende partij bij onmiddellijke uitvoering.
Uitkomst: De incidentele vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het arrest van het hof wordt toegewezen.