ECLI:NL:PHR:2010:BM6157
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep bij verontschuldigbare termijnoverschrijding door onjuiste griffiemededeling
In deze zaak werd de verdachte door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens eenvoudige belediging en bedreiging. Tegen dit arrest stelde de verdachte beroep in cassatie in, maar dit gebeurde na het verstrijken van de wettelijke termijn van veertien dagen. De kernvraag was of deze termijnoverschrijding verontschuldigbaar was.
De advocaat-generaal stelde dat de overschrijding te wijten was aan een onjuiste telefonische mededeling door een griffiemedewerker over de hoogte van de opgelegde straf. De verdachte en zijn raadsman mochten op deze mededeling vertrouwen, vooral omdat zij nog niet beschikten over een schriftelijke versie van het arrest. De Hoge Raad bevestigde dat dergelijke onjuiste ambtelijke mededelingen een verontschuldigbare termijnoverschrijding kunnen veroorzaken.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad het bewijsverweer van de verdachte betreffende zijn alibi op de dag van het delict. Het hof had geoordeeld dat het niet onomstotelijk vaststond dat de verdachte op die dag op school aanwezig was, en verwierp het verweer op juiste gronden zonder de bewijslast om te keren.
Uiteindelijk concludeerde de Hoge Raad dat het cassatieberoep ontvankelijk is en het middel, dat klaagde over de bewijswaardering, ongegrond is. Het beroep wordt verworpen met een verkorte motivering volgens art. 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ontvankelijk verklaard vanwege verontschuldigbare termijnoverschrijding, maar het middel is verworpen en het beroep wordt afgewezen.