ECLI:NL:PHR:2010:BM6671
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens termijnoverschrijding niet gemotiveerd bij mededeling gerechtsbode
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep omdat dit te laat was ingesteld. Verdachte had tijdens de terechtzitting in eerste aanleg aan de gerechtsbode medegedeeld dat zij niet aanwezig kon blijven vanwege haar kinderen en dat zij een nieuwe oproep zou ontvangen. Het hof liet echter de juistheid van deze mededeling in het midden en oordeelde dat verdachte na de zitting had moeten nagaan wat er met haar zaak was gebeurd.
De Hoge Raad stelt dat indien vaststaat dat de gerechtsbode aan verdachte had meegedeeld dat zij een nieuwe oproep zou ontvangen, dit een omstandigheid kan zijn die de termijnoverschrijding verontschuldigbaar maakt. Het hof had dit niet mogen negeren en had moeten motiveren waarom verdachte niet op deze mededeling mocht vertrouwen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling van het beroep. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij termijnoverschrijdingen en de bescherming van de verdachte bij ambtelijke mededelingen die verwachtingen scheppen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het beroep.