ECLI:NL:PHR:2010:BM6919
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijswaardering en afwijzing bewijsuitsluiting in verkrachtingszaak ondanks niet-horen slachtoffer
In deze zaak is verdachte door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens verkrachting. De verdediging stelde meerdere middelen van cassatie voor, waaronder klachten over het niet horen van het slachtoffer als getuige en de betrouwbaarheid van haar verklaring.
Het hof had het verzoek tot het horen van het slachtoffer afgewezen omdat op grond van een deskundigenrapport en haar verhoor het gegronde vermoeden bestond dat het afleggen van een verklaring haar gezondheid of welzijn zou schaden. Dit belang woog zwaarder dan het belang van de verdediging bij het ondervragen van het slachtoffer. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf had toegepast en voldoende had gemotiveerd waarom het verzoek werd afgewezen.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad de klachten over de bewijswaardering van de verklaring van het slachtoffer en het DNA-bewijs. Het hof had geoordeeld dat de verklaring betrouwbaar was, mede op basis van een deskundigenrapport. Het DNA-spoor op de vloerbedekking van het slachtoffer werd als overtuigend bewijs gezien dat verdachte in de kamer van het slachtoffer was geweest. Verzoeken tot contra-expertise en nader onderzoek werden afgewezen omdat het sporenmateriaal niet meer beschikbaar was of het onderzoek niet noodzakelijk werd geacht.
De Hoge Raad achtte het proces eerlijk verlopen en vond geen reden om het arrest van het hof te vernietigen. De middelen faalden, en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens verkrachting en wijst het cassatieberoep af.