ECLI:NL:PHR:2010:BM7048
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofbeslissing wegens onbehandeld laten essentiële stelling over draagkracht man na nalatenschapsverwerping
Deze zaak betreft een cassatieprocedure na een eerdere beschikking van de Hoge Raad waarin eerdere uitspraken van het hof te 's-Gravenhage werden vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar het vermogen van de man.
De man had de nalatenschap van zijn vader verworpen, waardoor het vermogen aan zijn dochters toeviel. Desondanks had hij renteloze leningen van een van zijn dochters ontvangen, waarvan een groot deel was gebruikt om zijn woonlasten te verlagen. Het hof had deze leningen meegewogen bij de draagkracht van de man, maar liet een essentiële stelling van de vrouw dat de man feitelijk over de nalatenschap kan beschikken onbesproken.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze essentiële stelling niet onbesproken had mogen laten omdat dit van belang is voor de juiste vaststelling van de draagkracht. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling en beslissing.
De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt dat de draagkrachtbepaling alle middelen moet omvatten waarover de onderhoudsplichtige kan beschikken, ook indien het vermogen uit een verworpen nalatenschap komt. De zaak illustreert het belang van een volledige beoordeling van de financiële situatie bij onderhoudsverplichtingen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug wegens onbehandeld laten essentiële stelling over draagkracht man.