ECLI:NL:PHR:2010:BM7456
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest Hof wegens onjuiste beslissing op vordering benadeelde partij en overschrijding redelijke termijn
Verdachte is op 16 juni 2008 door het Hof Amsterdam veroordeeld en is tevens gedeeltelijk toegewezen in de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel. Namens verdachte is cassatie ingesteld tegen deze beslissing.
De Hoge Raad constateert dat de benadeelde partij zich niet rechtsgeldig in hoger beroep heeft gevoegd, omdat de vordering in eerste aanleg niet ten dele was toegewezen en geen voegingsformulier is overgelegd. Het Hof heeft daarom onterecht op de vordering beslist. Daarnaast is gebleken dat de benadeelde partij door miscommunicatie te laat verscheen, waardoor het Hof had moeten besluiten het onderzoek te hervatten om de vordering en de verweren van verdachte te kunnen behandelen.
Verder heeft de Hoge Raad vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, wat aanleiding geeft tot strafvermindering. De Hoge Raad beveelt vernietiging van het arrest voor wat betreft de strafoplegging en de beslissing op de vordering van de benadeelde partij, met terugwijzing naar het Hof voor hernieuwde behandeling. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van de vordering van de benadeelde partij en de strafoplegging.