ECLI:NL:PHR:2010:BM7489

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
14 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04482
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 410 lid 1 SvArt. 416 lid 2 SvArt. 434 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest en terugwijzing wegens onbegrijpelijke niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep

In deze zaak heeft het Gerechtshof te Amsterdam verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep, omdat verdachte het hoger beroep niet zou hebben toegelicht, noch schriftelijk noch mondeling. Namens verdachte werd één cassatiemiddel ingediend door zijn advocaat.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad constateerde dat er wel degelijk een schriftuur namens verdachte binnen de wettelijke termijn was ingediend, wat het oordeel van het hof dat verdachte niet ontvankelijk was verklaard wegens het ontbreken van toelichting onbegrijpelijk maakt.

De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het hof om het hoger beroep opnieuw te behandelen en te beslissen op het bestaande dossier.

Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij niet-ontvankelijkverklaringen en de waarborg van het recht op een eerlijk proces.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.

Conclusie

Nr. 08/04482
Mr. Vellinga
Zitting: 8 juni 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam niet ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
2. Namens verdachte heeft mr. N. van der Laan, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Gelet op het feit dat zich in het op de voet van het bepaalde in art. 434 lid 1 Sv Pro door de griffier van het Hof aan de griffier van de Hoge Raad gezonden dossier een schriftuur bevindt die namens de verdachte is ingediend en wel blijkens het dagstempel binnen de termijn van art. 410 lid 1 Sv Pro, is het oordeel van het Hof dat de verdachte op de voet van art. 416 lid 2 Sv Pro niet ontvankelijk kan worden verklaard in zijn hoger beroep omdat hij noch bij schriftuur noch mondeling het namens hem ingestelde hoger beroep heeft toegelicht, niet begrijpelijk.
4. Het middel slaagt.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG