ECLI:NL:PHR:2010:BM8027
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over vertegenwoordiging rechtspersoon en strafbaarheid overtredingen Arbeidstijdenwet
In deze zaak stond de vertegenwoordiging van een verdachte rechtspersoon centraal, waarbij het Hof ten onrechte oordeelde dat de rechtspersoon niet ter terechtzitting was vertegenwoordigd zonder te onderzoeken of de verschenen persoon gemachtigde was van een bestuurder. Hierdoor was de beslissing tot verstekverlening onvoldoende gemotiveerd.
Daarnaast werd het verweer verworpen dat overtredingen van artikel 5:12, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet gepleegd vóór 1 juni 2005 geen strafbare feiten maar beboetbare feiten zouden zijn. De Hoge Raad bevestigde dat deze feiten destijds strafbaar waren gesteld volgens de toen geldende wet- en regelgeving.
De feiten betroffen meerdere overtredingen van de verplichte dagelijkse rusttijden van bestuurders in het grensoverschrijdend wegvervoer, waarbij de werkgever aansprakelijk werd gesteld. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende onderzoek had gedaan naar de vertegenwoordiging, waardoor het arrest werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor hernieuwde berechting.
Verder werd opgemerkt dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, maar dit bleef onbesproken omdat het arrest om andere redenen niet in stand kon blijven.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting vanwege onvoldoende onderzoek naar vertegenwoordiging.