ECLI:NL:PHR:2010:BM8037

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
14 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00288
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van straftoemeting bij rijden onder invloed met onvoorwaardelijke rijontzegging

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem waarin verzoeker werd veroordeeld voor rijden onder invloed. Het hof legde een geldboete van €650 en een onvoorwaardelijke rijontzegging van zes maanden op. Verzoeker stelde in hoger beroep dat hij een geheel voorwaardelijke rijontzegging verdiende, onderbouwd met persoonlijke omstandigheden zoals zijn lage inkomen en bedrijf in rouwkaarten.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof de strafoplegging voldoende heeft gemotiveerd en binnen zijn straftoemetingsvrijheid is gebleven door het standpunt van verzoeker te verwerpen. Het hof vond de aangevoerde feiten en omstandigheden onvoldoende zwaarwegend om af te wijken van de onvoorwaardelijke rijontzegging. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om het arrest te vernietigen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal luidt dat het cassatiemiddel ongegrond is en het beroep moet worden verworpen. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging aangetroffen. Daarmee blijft de strafoplegging van het hof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de onvoorwaardelijke rijontzegging en geldboete blijven gehandhaafd.

Conclusie

Nr. 09/00288
Mr Jörg
Zitting 8 juni 2010
Conclusie inzake:
[Verzoeker = verdachte]
1. Bij arrest van 21 juli 2008 is verzoeker door het gerechtshof te Arnhem wegens - kort gezegd - rijden onder invloed veroordeeld tot een geldboete van € 650,= en zes maanden onvoorwaardelijke rijontzegging.
2. Namens verzoeker heeft mr. J.J.A.P. van Breukelen, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het hof heeft nagelaten in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat verzoeker een geheel voorwaardelijke rijontzegging diende te krijgen.
4. Het proces-verbaal van de zitting van 7 juli 2008 houdt als verklaring van verzoeker - voor zover hier van belang - het volgende in:
"Ik heb een bedrijf in het ontwerpen en drukken van rouwkaarten. Deze kaarten moeten binnen 24 uur gedrukt en geleverd worden. Een koerier is te duur voor mijn bedrijf. Op het moment leef ik van € 650,00 per maand. De omzet van mijn bedrijf vloeit daarin terug. Ik werkte vorig jaar bij "regeldat.nl". Ik heb twee banen naast elkaar gehad. Vanaf januari van dit jaar doe ik alleen nog maar de rouwkaarten."
5. De strafmotivering van het hof houdt dienaangaande in:
"In het bijzonder overweegt het hof (...) dat door verdachte in hoger beroep onvoldoende feiten en omstandigheden zijn aangevoerd die zouden moeten leiden tot een andere straf dan door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd."
6. Anders dan in de toelichting op het middel wordt betoogd kan de overweging van het hof dat door verzoeker "onvoldoende feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die zouden moeten leiden tot een andere straf" dan een onvoorwaardelijke rijontzegging, wel degelijk gelden als antwoord op het standpunt van verzoeker dat hij "het liefst" een geheel voorwaardelijke rijontzegging heeft. De daarvoor aangevoerde feiten en omstandigheden zijn door het hof kennelijk te licht bevonden. Daarmee is het hof binnen zijn straftoemetingsvrijheid gebleven. Hier ligt verder geen taak voor de Hoge Raad.
7. Het middel is derhalve tevergeefs voorgesteld en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO Pro bedoelde motivering.
8. Ambtshalve gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
9. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G, wnd