ECLI:NL:PHR:2010:BM8052
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt teruggave gestolen steigermaterialen aan rechthebbende
De Rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het klaagschrift tegen de mededeling van de officier van justitie ongegrond, waarin werd aangekondigd de in beslag genomen steigermaterialen aan een derde, de rechthebbende, terug te geven.
De klager, een eenmansbedrijf in de aan- en verkoop van steigermaterialen, had de materialen gekocht van een particulier en voerde aan te goeder trouw te zijn, waardoor hij bescherming zou genieten op grond van artikel 3:86 lid 1 BW Pro. De rechtbank oordeelde echter dat de materialen gestolen waren van het bedrijf [A] BV, dat als rechthebbende moest worden beschouwd.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechtbank de juiste maatstaf heeft gehanteerd en dat de uitzondering van artikel 3:86 lid 3 onder Pro a BW niet van toepassing is. Het cassatieberoep faalt omdat klager onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw was, mede omdat hij niet handelde als erkende handelaar en niet op de hoogte was van de onregelmatigheden aan het materiaal.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de teruggave van de steigermaterialen aan de rechthebbende, waarmee het beslagrecht en de bescherming van eigendom worden gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de steigermaterialen worden teruggegeven aan de rechthebbende.