ECLI:NL:PHR:2010:BM8062
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring opzet fiscale fraude door rechtspersoon en wijst terug naar hof
In deze zaak stond de fiscale fraude door de besloten vennootschap [A] B.V. centraal, waarbij de bestuurder en enig aandeelhouder werd verdacht van valsheid in geschrift en het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting over 1995. Het hof Leeuwarden had de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf.
De Hoge Raad onderzocht onder meer de bewezenverklaring van het valselijk opmaken van arbeidsovereenkomsten en het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting. Hoewel het hof aannemelijk had gemaakt dat de arbeidsovereenkomst valselijk was gewijzigd zonder medeweten van de werknemer, oordeelde de Hoge Raad dat het bewijs voor het opzet van de rechtspersoon bij de onjuiste aangiften onvoldoende was gemotiveerd.
De Hoge Raad benadrukte dat het opzet moet worden bewezen op het moment van het doen van de aangifte en dat latere gedragingen, zoals het niet doen van een suppletieaangifte, niet automatisch opzet bewijzen. De zaak werd daarom vernietigd voor zover het gaat om het opzettelijk doen van onjuiste aangiften en terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
De overige klachten werden verworpen en de veroordeling voor valsheid in geschrift bleef in stand. De uitspraak onderstreept het belang van een zorgvuldige bewijsvoering en motivering bij complexe fiscale strafzaken, met name bij het toerekenen van opzet aan rechtspersonen via hun bestuurders.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor het onderdeel opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.