ECLI:NL:PHR:2010:BM8078
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen poging tot oplichting Van Gogh Museum wegens ludieke stunt
Verdachte werd door het Hof Amsterdam vrijgesproken van medeplegen poging tot oplichting van het Van Gogh Museum. De gedragingen van verdachte en zijn medeplichtigen bestonden uit het wekken van de suggestie dat zij informatie hadden over de locatie van gestolen Van Gogh schilderijen, met de bedoeling hiervoor 50.000 euro te ontvangen.
Het Hof oordeelde dat het hier ging om een ludieke oudejaarsstunt die diende om publiciteit te genereren voor de bouw van een tribune bij een plaatselijke voetbalvereniging. De stunt was zodanig opgezet dat het geld niet daadwerkelijk in ontvangst zou worden genomen, waardoor het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling ontbrak.
De Procureur-Generaal stelde cassatie in tegen deze vrijspraak, stellende dat het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling wel bewezen was. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat het oogmerk ontbrak, mede gelet op het ludieke karakter en het plan om de actie te beëindigen zodra iemand met het geld zou verschijnen.
De Hoge Raad vond geen onjuiste rechtsopvatting in het oordeel van het Hof en zag geen aanleiding tot vernietiging. Daarmee blijft de vrijspraak in stand en wordt de vordering van het Van Gogh Museum niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens ontbreken van het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling.