ECLI:NL:PHR:2010:BM8565
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijs persoonsverwisseling bij overtreding APV Amsterdam
De aanvrager werd bij verstek veroordeeld door de kantonrechter te Amsterdam wegens overtreding van artikel 2.7 lid 2 van de APV van Amsterdam, omdat hij zich op 10 maart 2009 op de openbare weg ophield met het oogmerk verdovende middelen te kopen of aan te bieden. De aanvrager stelde dat niet hij, maar zijn broer het strafbare feit had gepleegd en dat zijn broer zijn persoonsgegevens had gebruikt.
Ter onderbouwing van het herzieningsverzoek overhandigde de aanvrager documenten waaruit bleek dat zijn broer zich in het verleden als hem had voorgedaan en dat hij zelf onherroepelijk was veroordeeld voor andere strafbare feiten. Ook werd een proces-verbaal overgelegd waarin een verbalisant verklaarde dat de persoon op de foto en de aangehouden verdachte dezelfde persoon waren.
De Hoge Raad oordeelde dat de overgelegde stukken alleen betrekking hadden op eerdere feiten en niet op het strafbare feit van 10 maart 2009. Er was geen overtuigend bewijs dat de aanhouding en veroordeling van de aanvrager onjuist was vanwege persoonsverwisseling. De stelling van de aanvrager werd onvoldoende onderbouwd en het ernstige vermoeden dat bij bekendheid met deze feiten tot vrijspraak zou zijn gekomen, werd niet vastgesteld.
Daarom werd het herzieningsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van persoonsverwisseling.