ECLI:NL:PHR:2010:BM8883
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling motiveringsplicht werkgever bij afwijking van functiewaarderingsadvies
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en zijn werkgever over de functiewaardering en de bijbehorende loonschaalindeling. De werknemer was sinds 1994 in dienst en maakte bezwaar tegen de vastgestelde functiewaardering en loonschaal. Na een advies van een onafhankelijke landelijke bezwarencommissie, dat een hogere waardering en loonschaal aanbeval, besloot de werkgever slechts gedeeltelijk het advies over te nemen. De werknemer vorderde daarop bij de kantonrechter een hogere functiewaardering en loonschaal met terugwerkende kracht.
De kantonrechter wees de vorderingen toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de werkgever binnen zijn beleidsvrijheid had gehandeld en dat de rechter slechts marginaal toetst of de werkgever binnen de grenzen van het functiewaarderingssysteem is gebleven en of de motivering van afwijking van het advies redelijk is. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het advies van de bezwarencommissie niet bindend is, maar dat de werkgever een motiveringsplicht heeft bij afwijking van dat advies.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee het arrest van het hof. De motiveringsplicht van de werkgever is essentieel en de rechter mag toetsen of de motivering de afwijking redelijk kan dragen. De werkgever hoeft het advies niet te volgen, maar moet afwijkingen goed onderbouwen. De zaak benadrukt de beleidsvrijheid van de werkgever binnen het functiewaarderingssysteem en de toetsingsmarge van de rechter.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; werkgever mag afwijken van advies bezwarencommissie mits zij dat goed motiveert.