ECLI:NL:PHR:2010:BM9118
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onvoldoende motivering verjaring en aanhoudingsverzoek in natuurbeschermingszaak
De zaak betreft een economische strafzaak over overtreding van de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet. Het hof veroordeelde verdachte voor het plaatsen van een vanginstallatie in een beschermd natuurmonument en het onder zich hebben van beschermde damherten zonder vergunning.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het aanhoudingsverzoek van de raadsman wegens ziekte en overlijden van diens echtgenote is afgewezen. Tevens is het oordeel van het hof over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie onvolledig, omdat niet is vastgesteld of en wanneer de verjaring door een daad van vervolging is gestuit, terwijl de verjaringstermijn zes jaar bedroeg.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft onderbouwd dat de vanginstallatie gedurende de niet-verjaarde periode is geplaatst en dat verdachte dit samen met anderen heeft gedaan. Het beroep op vrijstelling wegens gefokte damherten is door het hof terecht verworpen, omdat niet is aangetoond dat de dieren gefokt zijn.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van de ontvankelijkheid en de bewezenverklaring, met inachtneming van de motieven in deze conclusie.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.