ECLI:NL:PHR:2010:BM9128
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verkrachting en diefstal met braak en valse sleutel op basis van DNA-bewijs
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor verkrachting gepleegd op 9 oktober 2005 en diefstal gepleegd op of omstreeks 14 september 2006 in Helmond. De diefstal betrof onder meer een personenauto en diverse goederen uit een woning, waarbij braak en het gebruik van een valse sleutel werden toegepast.
Het bewijs berustte grotendeels op DNA-onderzoek van bloedsporen gevonden op de kleding van het slachtoffer van de verkrachting en op een bloedspat op het deurkozijn bij de inbraak. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) stelde vast dat het DNA-profiel van de verdachte volledig overeenkwam met het DNA-profiel van het bloedspoor op het T-shirt van het slachtoffer en andere sporen. De kans op toeval werd geschat op minder dan één op één miljard.
De verdediging voerde aan dat de biologische sporen mogelijk waren gecontamineerd en dat er geen sluitende verklaring was voor de aanwezigheid van het DNA van de verdachte. Het hof verwierp deze verweren, onder meer omdat het slachtoffer de kleding ongewassen aan de politie had overgedragen en er slechts twee DNA-profielen werden aangetroffen, die van het slachtoffer en de verdachte. Ook het alternatieve scenario dat een ander de feiten had gepleegd werd als onwaarschijnlijk beoordeeld.
Het hof achtte de bewijsmiddelen, waaronder de sterke DNA-match en de verklaringen van getuigen en het slachtoffer, voldoende om de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van drie jaar. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor verkrachting en diefstal met braak en valse sleutel op basis van sterk DNA-bewijs.