ECLI:NL:PHR:2010:BM9601
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verbeurde bestuurlijke dwangsommen wegens kamerverhuur ondanks verjaring
Bij besluit van 14 april 2005 legden burgemeester en wethouders van de gemeente een last onder dwangsom op aan eiser wegens het exploiteren van een kamerverhuurbedrijf in zijn pand. Ondanks een eerdere controle en aanschrijving werd op 28 juli en 12 augustus 2005 nog steeds kamerverhuur geconstateerd, waarna dwangsommen werden opgelegd. Eiser voerde verzet tegen het dwangbevel, stellende dat er geen sprake was van een kamerverhuurbedrijf en dat de dwangsommen verjaard waren.
De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond en het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat eiser onvoldoende had toegelicht dat de andere bewoners slechts vrienden of bezoekers waren en dat hij niet aan zijn stelplicht had voldaan. Daarnaast stelde het hof dat de verjaring van de dwangsommen niet van openbare orde is en dat eiser zich hier niet op had beroepen in de eerdere instanties.
De Hoge Raad concludeert dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Het hof heeft terecht geoordeeld dat sprake was van kamerverhuur en dat de verjaring niet ambtshalve hoefde te worden toegepast. Er is geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht oordeelde dat sprake was van kamerverhuur en dat de verjaring van de dwangsommen niet ambtshalve hoefde te worden toegepast.