ECLI:NL:PHR:2010:BM9758
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huurbeëindiging bedrijfsruimte: ruime uitleg eigen gebruik bij opzegging door opvolgend verhuurder
De zaak betreft een geschil over de opzegging van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte door een opvolgend verhuurder, Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT), die de ruimte wilde verhuren aan een derde partij, De Bijenkorf B.V. Toko Mitra, de huurder, betwistte de opzegging en beriep zich op de wettelijke wachttijd van drie jaar na rechtsopvolging zoals bedoeld in art. 7:296 lid 2 BW Pro.
De Hoge Raad onderzocht de uitleg van het begrip 'eigen gebruik' in art. 7:296 BW Pro en concludeerde dat dit begrip ruim moet worden uitgelegd, inclusief het gebruik van het gehuurde om het aan een derde te verhuren, zeker wanneer de verhuurder zich commercieel toelegt op verhuur van bedrijfsruimte. De wachttijdregeling is bedoeld om de huurder te beschermen tegen voortijdige beëindiging van de huur door een nieuwe verhuurder.
Het hof had geoordeeld dat opzegging om het gehuurde aan een derde te verhuren niet onder 'eigen gebruik' viel en dat de wachttijdregeling alleen gold voor opzeggingen tegen het einde van de eerste huurtermijn. De Hoge Raad verwierp deze opvatting en stelde dat de wachttijd ook geldt bij opzegging tegen het einde van een verlengde termijn en dat het arrest van het hof vernietigd moet worden.
De Hoge Raad concludeerde dat de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst afgewezen moet worden vanwege de toepassing van de wachttijd en veroordeelde de verweerster in cassatie in de proceskosten. De voorwaardelijke reconventionele vordering tot vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten behoeft geen verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst af vanwege toepassing van de wachttijd van drie jaar na rechtsopvolging.