ECLI:NL:PHR:2010:BN0032
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen woninginbraak ondanks inzet politiehond en vormverzuimverweer
Op 7 oktober 2008 vond een woninginbraak plaats in een woning aan de [a-straat 1a] te 's-Gravenhage. De verdachte werd samen met twee medeverdachten aangehouden in de directe omgeving, waarbij geuridentificatieproeven en getuigenverklaringen hun betrokkenheid bevestigden. De verdachte ontkende betrokkenheid, maar het hof achtte medeplegen bewezen op grond van de samenhang van bewijsmiddelen.
De verdediging voerde onder meer aan dat de verdachte niet de derde inbreker kon zijn geweest vanwege het tijdsverloop en ontkende de bewijsvoering. Tevens werd betoogd dat de inzet van de politiehond onrechtmatig was, omdat de hond zelfstandig over een hoge schutting zou zijn gesprongen zonder direct toezicht, wat een vormverzuim zou opleveren volgens art. 359a Sv en de Ambtsinstructie.
Het hof verwierp deze verweren, oordeelde dat de bewijsconstructie niet onbegrijpelijk was en dat onvoldoende aannemelijk was dat de politiehond niet onder toezicht stond. Het verzoek tot het horen van getuigen over de inzet van de hond werd afgewezen wegens onvoldoende concrete onderbouwing. De Hoge Raad bevestigt deze beslissingen en wijst het cassatieberoep af, waarbij wordt opgemerkt dat het verzuim niet tot vernietiging leidt en dat het bewijs voldoende is voor veroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot drie maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van woninginbraak.