ECLI:NL:PHR:2010:BN0333
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens persoonsverwisseling in ontnemingszaak
De aanvrager verzocht om herziening van een onherroepelijk vonnis uit 2002 wegens persoonsverwisseling. Hij stelde dat het vonnis ten onrechte op zijn naam was gesteld en dat hij niet degene was die veroordeeld en gedetineerd was. Uit onderzoek bleek dat de veroordeelde een andere persoon was die zich van meerdere aliassen bediende, waaronder een alias die leek op de naam van de aanvrager.
De Hoge Raad oordeelde dat het vonnis niet ten laste van de aanvrager was gewezen, maar van een andere verdachte. De aanvrager kon daarom niet worden ontvangen in zijn verzoek tot herziening op grond van artikel 460 Sv Pro. Het Openbaar Ministerie bevestigde dat de executie van het ontnemingsvonnis ten onrechte op naam van de aanvrager was gesteld en dat de executie was opgeschort.
De Hoge Raad verklaarde het verzoek tot herziening ongegrond omdat de feitelijke grondslag ontbrak. De ontnemingsuitspraak was terecht ten laste van de andere verdachte, niet van de aanvrager. Wel werd opgemerkt dat het Openbaar Ministerie de justitiële documentatie moet corrigeren om de foutieve registratie op naam van de aanvrager te herstellen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt ongegrond verklaard omdat het vonnis niet ten laste van de aanvrager is gewezen, maar van een andere verdachte met een alias.