ECLI:NL:PHR:2010:BN1412
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens verstrijken geldigheid ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige
In deze zaak betrof het een cassatieberoep van de moeder tegen de beschikking van het gerechtshof 's-Gravenhage die de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige zoon bekrachtigde. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing waren verlengd van 19 april 2009 tot 19 april 2010 op verzoek van de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden.
De moeder stelde tijdig cassatieberoep in tegen het arrest van het hof van 18 november 2009, waarin het hof het hoger beroep van de moeder afwees. De Stichting Bureau Jeugdzorg heeft geen verweerschrift ingediend. De Hoge Raad stelde vast dat de geldigheidsduur van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing op 19 april 2010 was verstreken.
Volgens vaste jurisprudentie betekent het verstrijken van deze termijn dat de moeder geen belang meer heeft bij haar cassatieberoep. Daarom werd geconcludeerd dat de moeder niet-ontvankelijk is in haar cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad was dan ook om het cassatieberoep te verwerpen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het verstrijken van de geldigheidsduur van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.