ECLI:NL:PHR:2010:BN1419
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens hennepkwekerij ondanks sociale omstandigheden huurder
In deze zaak stond centraal of de wanprestatie van de huurder, bestaande uit het exploiteren van een hennepkwekerij in de gehuurde woning, ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigde. De huurder voerde aan dat de kwekerij slechts een beperkt deel van de woning betrof, dat zij leed aan posttraumatische dystrofie en dat de hennep voor eigen gebruik was, wat haar pijnklachten zou verminderen.
Het hof oordeelde dat de hennepkwekerij, gelet op de omvang en professionele opzet, een ernstige tekortkoming vormde die ontbinding rechtvaardigde. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de sociale en medische omstandigheden van de huurder geen reden waren om af te wijken van deze hoofdregel. De motivering van het hof was uitvoerig en voldoende.
De Hoge Raad benadrukte dat de beoordeling van de ernst van de wanprestatie en de belangenafweging feitelijke beoordelingen betreft die zich aan cassatie onttrekken. Het cassatieberoep werd daarom verworpen, waarbij tevens werd opgemerkt dat de huurder zich zelf in de situatie had gebracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurder wordt verworpen en de ontbinding van de huurovereenkomst wegens de hennepkwekerij bevestigd.