ECLI:NL:PHR:2010:BN1701
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens nietigheid door ontbreken motivering hernieuwde getuigenoproeping
Het Gerechtshof Amsterdam had de verdachte veroordeeld wegens mishandeling, maar met toepassing van art. 9a Sr geen straf opgelegd. De verdediging stelde cassatie in tegen het arrest. Het eerste middel betrof het ontbreken van uitdrukkelijke toestemming van de verdediging voor het afzien van hernieuwde oproeping van een niet verschenen getuige en het ontbreken van een met redenen omklede beslissing door het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat het proces-verbaal niet inhoudt dat de verdediging uitdrukkelijk instemde met het afzien van hernieuwde oproeping. Het hof had op grond van art. 287 lid 3 Sv Pro de hernieuwde oproeping moeten bevelen, tenzij het op grond van art. 288 lid 1 Sv Pro of art. 418 lid 2 Sv Pro met redenen omkleed kon afzien, wat het niet had gedaan. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het arrest.
Het tweede middel betrof een vermeende onjuiste proces-verbaalvermelding die niet tot nietigheid leidt. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting op het bestaande beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens nietigheid door het ontbreken van een met redenen omklede beslissing over de hernieuwde oproeping van een getuige.