ECLI:NL:PHR:2010:BN1724

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00132
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens onvoldoende motivering termijnoverschrijding

Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep omdat hij de beroepstermijn had overschreden. Verdachte stelde dat deze termijnoverschrijding verontschuldigbaar was omdat hem telefonisch was meegedeeld dat de termijn pas zou gaan lopen na uitreiking van het vonnis.

Het hof liet deze stelling onbeantwoord en motiveerde onvoldoende waarom de overschrijding niet verontschuldigbaar zou zijn. De Hoge Raad oordeelde dat het hof een met redenen omklede beslissing had moeten geven over deze bijzondere omstandigheid, mede gelet op eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat een uitlating van een medewerker van parket of griffie binnen de beroepstermijn een verontschuldigbare overschrijding kan rechtvaardigen.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Er werden geen gronden gevonden om ambtshalve te vernietigen. De zaak moet dus opnieuw worden behandeld door het hof, waarbij het verweer van verdachte over de termijnoverschrijding adequaat moet worden gemotiveerd.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling van het hoger beroep.

Conclusie

Nr. 09/00132
Mr. Machielse
Zitting 29 juni 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij arrest van 26 november 2008 niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
2. Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld. Mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, heeft een schriftuur ingediend, houdende een middel van cassatie.
3.1 Het middel klaagt dat het Hof de beslissing om verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep ontoereikend heeft gemotiveerd.
3.2 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 26 november 2008 houdt in:
"Verdachte verklaart:
Ik heb hier destijds over gebeld. Er werd mij gezegd dat de uitspraak al gedaan was. Men deelde mij mede dat de termijn om hoger beroep in te stellen pas ging lopen als het vonnis aan mij werd uitgereikt en dat ik tot die tijd daarmee moest wachten. Dat staat ook zo in het vonnis. Ik ben bovendien onschuldig en heb met de hele zaak niets te maken.
De voorzitter deelt verdachte mede dat op de dagvaarding is vermeld wat de termijn van hoger beroep is en dat dit wettelijk zo geregeld is.
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede onmiddellijk uitspraak te zullen doen.
De voorzitter spreekt vervolgens het arrest uit."
3.3 De aantekening mondeling arrest luidt:
"Beslissing
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep."
3.4 In de toelichting op het middel wordt gewezen op HR 20 december 1994, NJ 1995, 253 en HR 1 februari 2005, LJN AR6621. Overschrijding van de wettelijk voorziene termijnen voor het instellen van rechtsmiddelen, welke termijnen van openbare orde zijn, moet de verdachte worden toegerekend tenzij de termijnoverschrijding om bijzondere redenen verontschuldigbaar is. Zo een bijzondere omstandigheid kan gelegen zijn in een uitlating van een medewerker van parket of griffie, gedaan binnen de lopende beroepstermijn, die in redelijkheid de verwachting kon wekken dat die termijn op een later tijdstip aanvangt of eindigt dan in werkelijkheid uit de wet voortvloeit. De omstandigheid dat een algemene, op de achterzijde van de dagvaarding opgenomen mededeling inhoudt dat een verdachte die tevoren op de hoogte is van de dag van de terechtzitting binnen veertien dagen na de einduitspraak hoger beroep moet instellen doet aan het voorgaande niet af. Immers daar wordt ook aanbevolen zich tot de griffie te wenden teneinde informatie te ontvangen over het instellen van een rechtsmiddel, hetgeen verdachte gedaan heeft.(1)
3.5 Het Hof heeft verdachtes stelling dat hem telefonisch is gezegd dat de termijn om hoger beroep in te stellen pas ging lopen als het vonnis aan hem werd uitgereikt in het midden gelaten. Het Hof heeft zich evenmin uitgelaten over de hiermee samenhangende vraag of de telefonische mededeling binnen de beroepstermijn is gedaan.
Gelet op hetgeen onder 3.4 is aangegeven, is 's Hofs kennelijke oordeel dat de vermelding op de dagvaarding van de beroepstermijn meebrengt dat geen sprake is van een bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheid die een een overschrijding van de wettelijke beroepstermijn verontschuldigbaar doet zijn zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk.
Het middel slaagt.
4. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch om op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 HR 1 februari 2005, LJN AR6621, rov. 3.5.2.