ECLI:NL:PHR:2010:BN2300
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beschikking inzake teruggave beslag wegens schending procesrechtelijke voorschriften
In deze zaak heeft de Rechtbank Arnhem het klaagschrift van klager, strekkende tot teruggave van een onder conservatoir beslag genomen geldbedrag van €340.000,--, ongegrond verklaard. De rechtbank stelde vast dat het beslag berustte op art. 94 of Pro art. 94a Sv en dat het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag rechtvaardigde. Tevens oordeelde de rechtbank dat niet buiten redelijke twijfel stond dat klager als rechthebbende moest worden aangemerkt.
De Hoge Raad overweegt dat in procedures waarbij derden op grond van art. 552a Sv klaagschrift indienen, de rechter niet de rechtmatigheid van het beslag toetst, maar slechts of de klager een geldige aanspraak op het inbeslaggenomen voorwerp heeft. De verdediging voerde aan dat de overgelegde stukken ontoereikend waren om de rechtmatigheid van het beslag te toetsen, omdat formele stukken ontbraken.
De Hoge Raad stelt dat art. 23 lid 4 Sv Pro de verdediging het recht geeft kennis te nemen van stukken die de basis kunnen vormen voor beslissingen en dat niet-naleving van deze bepaling nietigheid van behandeling en beschikking meebrengt. De rechtbank heeft miskend dat de overgelegde stukken ontoereikend waren om de verdediging in staat te stellen de rechtmatigheid van het beslag te toetsen en aan te vechten.
Daarom vernietigt de Hoge Raad de bestreden beschikking en verwijst de zaak naar het gerechtshof te Arnhem voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande beklag.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem.