ECLI:NL:PHR:2010:BN2302
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldige betekening dagvaarding ondanks verweer gerechtvaardigd vertrouwen
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Verdachte voerde onder meer aan dat hem het gerechtvaardigde vertrouwen was gewekt dat de zaak zou worden afgedaan met een sanctiebeschikking en niet met een dagvaarding. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet verplicht was om de geldigheid van de betekening van de dagvaarding uitvoerig te motiveren, aangezien uit de stukken rechtstreeks bleek dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend.
Daarnaast stelde de Hoge Raad dat de eerdere ervaringen van verdachte met rijden zonder rijbewijs meebrengen dat de enkele mededeling van het sanctiebedrag door de ambtenaar niet het vertrouwen rechtvaardigt dat de zaak met een acceptgiro zou worden afgedaan. De middelen van cassatie faalden derhalve en konden worden afgedaan met een summiere motivering conform artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat er geen gronden waren voor ambtshalve vernietiging van het bestreden arrest. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling van verdachte definitief bleef staan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van verdachte blijft in stand.