ECLI:NL:PHR:2010:BN2302

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00519
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 434 lid 1 SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geldige betekening dagvaarding ondanks verweer gerechtvaardigd vertrouwen

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Verdachte voerde onder meer aan dat hem het gerechtvaardigde vertrouwen was gewekt dat de zaak zou worden afgedaan met een sanctiebeschikking en niet met een dagvaarding. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet verplicht was om de geldigheid van de betekening van de dagvaarding uitvoerig te motiveren, aangezien uit de stukken rechtstreeks bleek dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend.

Daarnaast stelde de Hoge Raad dat de eerdere ervaringen van verdachte met rijden zonder rijbewijs meebrengen dat de enkele mededeling van het sanctiebedrag door de ambtenaar niet het vertrouwen rechtvaardigt dat de zaak met een acceptgiro zou worden afgedaan. De middelen van cassatie faalden derhalve en konden worden afgedaan met een summiere motivering conform artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.

De conclusie van de Procureur-Generaal was dat er geen gronden waren voor ambtshalve vernietiging van het bestreden arrest. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling van verdachte definitief bleef staan.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van verdachte blijft in stand.

Conclusie

Nr. 09/00519
Mr. Vellinga
Zitting: 29 juni 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door de enkelvoudige kamer van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld bij arrest van 2 februari 2009.
2. Namens verdachte heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, twee middelen van cassatie voorgesteld.
Het eerste middel
3. Het middel berust op de onjuiste opvatting dat de rechter steeds moet doen blijken de rechtsgeldigheid van de betekening van de dagvaarding te hebben onderzocht.(1)
4. Nu uit de op voet van art. 434 lid 1 Sv Pro aan de Hoge Raad toegezonden stukken rechtstreeks volgt dat de dagvaarding in hoger beroep op rechtsgeldige wijze is betekend - en zich derhalve niet de situatie voordoet dat uit de stukken van het geding het ernstige vermoeden rijst dat de dagvaarding niet rechtsgeldig is betekend - was het Hof niet gehouden zijn oordeel dat de dagvaarding geldig is betekend te motiveren.
Het tweede middel
5. Verdachtes eerdere ervaringen ter zake het rijden zonder rijbewijs kunnen het oordeel dragen dat de enkele mededeling van het sanctiebedrag door de verbaliserende ambtenaar niet het vertrouwen kan rechtvaardigen dat de zaak na ontvangst met een acceptgiro zou worden afgedaan.
6. De middelen falen en kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO Pro bedoelde motivering.
7. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002, 317, m. nt. Sch, rov. 3.30.