ECLI:NL:PHR:2010:BN4163
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid fouillering tas bij insluiting en strafvermindering wegens termijnoverschrijding
In deze zaak stond centraal of het doorzoeken van de tas van de verdachte tijdens insluiting onrechtmatig was en daarmee het bewijs (een vuurwapen) onrechtmatig verkregen was. De verdediging voerde aan dat de fouillering van de tas niet was toegestaan en dat het bewijs daarom uitgesloten moest worden. Het hof verwierp dit verweer en stelde dat het bekijken van de tas onderdeel was van de standaardprocedure van insluitingsfouillering zoals toegestaan op grond van artikel 9, vierde lid, van de Politiewet.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat onder het aftasten en doorzoeken van kleding ook het onderzoeken van voorwerpen die de ingeslotene bij zich draagt, zoals een tas, valt. Dit is noodzakelijk om de veiligheid van de ingeslotene en anderen te waarborgen. De registratie van de inhoud van de tas is bovendien van belang om misverstanden over de in bewaring genomen voorwerpen te voorkomen, zoals voorgeschreven in de Ambtsinstructie.
Daarnaast wees de Hoge Raad op het feit dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, wat leidt tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest voor wat betreft de opgelegde straf en liet de strafmaat door de lagere rechter naar de gebruikelijke maatstaf verminderen. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtmatigheid van het doorzoeken van de tas en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.