ECLI:NL:PHR:2010:BN4306

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00566
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 410 SvArt. 450 lid aanhef en onder a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens ontbrekend grievenformulier

In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage verdachte bij verstek niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep, omdat volgens het hof niet binnen de vereiste termijn van 14 dagen na het instellen van het hoger beroep een schriftuur met grieven was ingediend. Namens verdachte werd cassatie ingesteld tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De cassatieschriftuur bevatte een kopie van een door een advocaat ingevuld formulier 'Hoger beroep' dat als schriftuur moet worden beschouwd en dat op 8 mei 2008 bij de rechtbank was ontvangen, maar dat ontbrak in de stukken van het geding bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van het formulier in het geding waarschijnlijk te wijten is aan het feit dat het formulier na ontvangst in het ongerede is geraakt. Hierdoor mist het oordeel van het hof een feitelijke grondslag en wordt het arrest vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Conclusie

Nr. 09/00566
Mr. Knigge
Zitting: 6 juli 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte bij een bij verstek gewezen arrest van 10 februari 2009 niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep.
2. Namens verdachte heeft mr. M.R. Mantz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel keert zich tegen de niet-ontvankelijk verklaring. Het Hof heeft die beslissing mede gebaseerd op de vaststelling dat niet binnen 14 dagen na het instellen van hoger beroep op 29 april 2008 een schriftuur houdende grieven is ingediend. Aan de cassatieschriftuur is echter een kopie van een door een advocaat ingevuld formulier 'Hoger beroep' van de Rechtbank te 's-Gravenhage gehecht, dat als schriftuur moet worden opgevat(1) en dat blijkens het daarop geplaatste stempel op 8 mei 2008 bij de Centrale Balie van het Paleis van Justitie te 's-Gravenhage is 'ingekomen'. Gelet op de bovengenoemde vaststelling van het Hof en het feit dat het grievenformulier ontbreekt bij de stukken die de Hoge Raad heeft ontvangen, moet het er voor worden gehouden dat het formulier na indiening in het ongerede is geraakt. Dit brengt mee dat 's Hofs oordeel feitelijke grondslag mist. Het middel slaagt.
4. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing naar het Hof, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie HR 30 maart 2010, LJN BL3194, rov 2.5, in welke zaak het meer in het bijzonder ging over het ontbreken van de verklaring als bedoeld in art. 450 lid Pro aanhef en onder a Sv op dit grievenformulier.