ECLI:NL:PHR:2010:BN4309
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid oproeping hoger beroep wegens onjuiste betekening en niet voorlezen vordering
Verzoeker werd in hoger beroep bij verstek veroordeeld tot twee weken hechtenis wegens rijden zonder rijbewijs. De dagvaarding in hoger beroep werd nietig verklaard omdat deze niet rechtsgeldig was betekend op het juiste adres. Vervolgens volstond het hof met een oproeping voor de zitting van 1 september 2008, hoewel de wet hiervoor geen voorziening biedt om de zaak aanhangig te maken.
De Hoge Raad oordeelt dat de oproeping niet voldoet aan de vereisten van art. 412, tweede lid, Sv, omdat deze niet duidelijk vermeldt voor welke feiten verzoeker in hoger beroep moet verschijnen. Daarnaast is de oproeping nietig omdat de dagvaarding niet is vervangen door een nieuwe dagvaarding, zoals de wet voorschrijft.
Voorts blijkt uit het proces-verbaal dat de vordering van de advocaat-generaal niet ter terechtzitting is voorgelezen, wat in strijd is met art. 311, eerste lid, Sv. Dit is een fundamenteel onderdeel van het accusatoire proces, waardoor het onderzoek en het arrest nietig zijn.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verklaart de oproeping voor de zitting van 1 september 2008 nietig. De zaak moet opnieuw worden behandeld met inachtneming van de juiste procedurele voorschriften.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de oproeping voor de terechtzitting van 1 september 2008 wordt nietig verklaard.