ECLI:NL:PHR:2010:BN5663
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding bij vernietiging partij magnetiet wegens onrechtmatige daad
In deze zaak staat de vraag centraal welke waarde moet worden gehanteerd voor de schadevergoeding wegens vernietiging van een partij magnetiet. Het Hof Amsterdam oordeelde dat de waarde van de magnetiet in het economisch verkeer ten tijde van de vernietiging in 1998 bepalend is, en niet de hogere vervangingsprijs van nieuwe magnetiet. De eiser had onvoldoende concrete aanwijzingen geleverd dat de magnetiet een hogere waarde had dan de historische kostprijs.
Het Hof wees de vordering toe voor een bedrag van €906,99, gebaseerd op de economische waarde in 1998. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de waardering van de feitelijke situatie tot het domein van de feitenrechter behoort. Klachten over een te lage schadevergoeding in cassatie zijn daarom niet ontvankelijk.
De Hoge Raad benadrukt dat het niet aannemelijk is dat de eiser een waardevolle partij magnetiet jarenlang ongebruikt zou hebben laten liggen zonder concrete plannen voor gebruik of verkoop. De waarde van de magnetiet wordt daarom gelijkgesteld aan de aanschafwaarde vermeerderd met transportkosten. Het beroep wordt verworpen en het vonnis van het Hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadevergoeding wordt vastgesteld op de waarde in het economisch verkeer in 1998.